Vrijdag 31 oktober – vertrek en eerste wandeling

Deze keer mag ik een keer meerijden, met dank aan Peter. Als hij mij had opgehaald, had hij natuurlijk wel gescoord, maar goed — de opstapplaats is Vianen. Dat betekent wel extra vroeg opstaan; je wilt daar natuurlijk niet als laatste aankomen.

Netjes op tijd staan mijn vrouw en ik te wachten, wanneer we een bekend autootje voorbij zien scheuren — dat moet Dirk zijn. Even later komen Peter en Evert aanrijden, en vijf minuten daarna ook Dirk. Dirk had wat aan sightseeing gedaan of een parkeerplaatsvergelijkingstour, op zoek naar de juiste parkeerplaats. Afijn, redelijk op tijd zijn we vertrokken.

Het is inderdaad een heerlijke auto, die Tesla — ook achterin: lekker ruim, stil en voorzien van een groot infoscherm. De navigatie vertelt je precies waar je heen moet, dus je hoeft niet voortdurend op het scherm te kijken. Maar ja, je zit natuurlijk wel bij Evert in de auto; die heeft altijd iets interessants te vertellen over Schiphol, en dan ben je afgeleid… mis je de afslag en duurt de reis ineens tien minuten langer. We hadden het er al over: hij functioneert niet zo lekker in grote groepen. De meeste goede verhalen overigens, maken een reis korter.

En jawel, we zijn er niet als laatsten. We parkeren voor Hotel Gasthaus zur Post, waar de reeds gearriveerde collega-wandelaars — Roel, Jaco, Walter en Tarun — op ons wachten. Twee weken eerder leek dit hotel nog verlaten en uitgestorven, maar nu is de uitbater druk in de weer met de voorbereidingen voor het Halloweenfeest. Wat is het verschil?

Enkele minuten later arriveren ook Tobias, en even daarna Gill en Xolani. Het gezelschap is compleet. Na een verwarmende koffie dan wel thee willen we vertrekken, maar dan blijkt dat onze Belgische vrienden geen lunch hebben meegenomen — het brood was in België uitverkocht. Toen ik een kwartier later zag waarmee ze alsnog aankwamen, begreep ik het probleem: ze hadden gewoon lekkere trek en wilden thuis niet laten merken dat ze enkel luxe broodjes wilden meenemen.

De eerste wandeling

De eerste wandeling start vanaf Gasthaus zur Post en is ongeveer 10 km lang. De route voert ons langs de Zeven Smarten van Maria, uitgebeeld in zeven staties van natuursteen, met als eindbestemming de Mariatoren. Deze is gebouwd op het hoogste punt in de directe omgeving van Kyllburg. Van bovenuit de toren heb je een schitterend uitzicht.

Verder gaat het over weilanden en door bossen, totdat Walter even de weg kwijt is en bedenkt dat het misschien leuk is om via een spoortunnel een kortere route te nemen. Dit wordt bijna de achtste smart. Want voor we het weten stormt er een trein aan, en moeten we ons uit de voeten maken. Tijd voor een ander plan. We volgen een nieuw aangelegde weg tot we het wandelpad weer zien en lopen parallel aan de rivier de Kyll, die door de recente regenval flink gezwollen is en luidruchtig onder ons door stroomt.

De steilte van het talud dwingt menigeen de wandelstokken te gebruiken, en hoewel je aandacht sterk op je stappen gericht is, kan de schoonheid van de natuur je hier niet ontgaan.

Achter elke bocht en telkens wanneer je het bos verlaat, doemt er weer een schilderachtig uitzicht op, en verwonder je je steeds over de kleurschakeringen van de in herfsttooi gehulde bomen. Uiteraard gaan de gesprekken weer diep, en is het alsof je verdergaat waar je de vorige keer was gebleven.

Wanneer we Kyllburg weer naderen, lijkt het alsof de tijd hier heeft stilgestaan — of beter gezegd, dat de tand des tijds zijn werk heeft gedaan. Veel huizen staan op instorten, worden gestut en lijken verlaten. Maar kijk je goed, dan zie je toch tekenen van bewoning. Bizar.

Na de wandeling — die we in ruim drie uur, inclusief pauzes, hebben afgelegd — rijden we met de auto naar Neugasse 21. De parkeerplaatsen zijn klein en vragen de nodige manoeuvres om iedereen een plekje te geven. We zijn iets te vroeg; het huis is nog niet toegankelijk, maar na een telefoontje komt de conciërge het openen en krijgt Jaco instructies.

We kunnen niet wachten en zoeken onze weg naar de slaapkamers en badkamer, want een lekkere douche komt nu goed van pas. Er zijn voldoende slaapplaatsen, en sommigen — ondergetekende incluis — hebben zelfs een kamer voor zichzelf. Ik ga niet speculeren waar dat aan ligt: lichaamsgeur, nachtgeluiden… we houden het in het midden.

De boiler draait overuren. Na twee uur, als iedereen gedoucht en rozig op de bank zit met een glas bier of wijn, verwacht je dat de groep in kakt, maar niets daarvan.

Gill had al aangekondigd te gaan koken, en met behulp van enkele secondanten die zorgden voor de mis-en-place (en daarnaast zeer behulpzaam waren bij het legen van een paar flessen witte en rode wijn), wordt een heerlijk diner op tafel gezet: linzensoep met kalkoen en macaroni — beiden op Pakistaanse wijze. Wat zoveel wil zeggen als: zet de Rennie maar op het nachtkastje. Maar wat is dat lekker zeg!

Na het eten wordt met vereende krachten de tafel en keuken opgeruimd, en kunnen we aan de avond beginnen. Al snel beginnen echter de eerste luiken te sluiten, en rond half tien ligt iedereen op één oor.

Zaterdag 1 november: 2e wandeling

Vanmorgen vlot opgestaan — 7:00 uur. Eigenlijk geen pijntjes van gisteren, en van de anderen hoor ik in de loop van de dag ook niets, behalve van één, maar daar later meer over.De afspraak is dat we om 8:00 uur een gezamenlijke dagopening houden, alvorens te gaan ontbijten. Zoals gewoonlijk ontbreekt er bij het ontbijt niets: voor ieder wat wils. Het valt op dat niemand klaagt over nachtgeluiden — zijn de bedden misschien subliem, of slapen de stoorzenders nu echt apart?

De buienradar voorspelt niet veel goeds voor de komende wandeling, maar we laten ons er niet door uit het veld slaan. De volgende wandeling is nabij Deudesfeld, zo’n 20 km van Kyllburg. Aanvankelijk
was het droog en een perfecte temperatuur. Maar na nog geen kilometer moeten we onze regenkleding aantrekken; het wordt een optocht van de meest vreemdsoortige figuren die je je maar kunt
voorstellen. Gelukkig doet het niets met de sfeer: de grappen zijn niet van de lucht, en we genieten nog steeds onverminderd van de omgeving. Hoe hard het ook regent, de natuur wordt er niet minder mooi van — sterker nog, door de laaghangende mistflarden krijgt het iets mystieks.

Ondanks het geringe hoogteverschil van 165 meter is het af en toe flink aanpoten. De hellingen zijn steil en al snel ontstaat er een kopgroep, wat betekent dat er ook achterblijvers zijn. Xolani heeft wat moeite met het tempo — of zit het eten van gisteren hem in de weg? Het was ook zó lekker. Maar we laten niemand alleen lopen; er is altijd een bezemploeg die af en toe poolshoogte neemt en een stimulerend woordje spreekt. Bovendien zijn er onderweg genoeg plekken om even stil te staan: een pittoreske brug, een uitzichtpunt, een kapelletje… of gewoon om bij te dragen aan al die nattigheid.

Ik loop met Evert op en merk dat hij wat mank loopt. “Hoe komt dat?” vraag ik. “Geen idee,” zegt hij. “Mijn schoen lijkt krapper dan voorheen en mijn teen doet pijn. Misschien door de dikkere sokken.” Later, tijdens een pauze, komt hij met de oplossing: in de punt van zijn schoen had zijn vrouw een nylonkous gestopt, waardoor de schoen kleiner lijkt. Probleem opgelost — maar nu loopt Evert met de vraag waarom.

Halverwege raken we de weg wat kwijt; het pad loopt ergens in de bosjes, maar we kunnen de doorgang niet vinden. Het is even droog en uit de wind, een goede gelegenheid om te lunchen. Aan de rand van een glooiend grasveld picknicken we. Weids uitzicht glooiende grasvelden. Ik krijg een beetje een Heidi-gevoel. Er worden versnaperingen gedeeld en meningen over Gods plan met mensen.

Net als we weer willen vertrekken, begint het opnieuw te regenen. In de hoek van het veld vinden we de ingang van het ‘verloren’ pad en vervolgen we de oorspronkelijke route — onverhard, glad en duidelijk lange tijd niet gebruikt. Gelukkig duurt dat maar enkele honderden meters, daarna wordt het pad weer beter begaanbaar.

Het gaat flink bergafwaarts; dat lijkt prettig, maar vergt juist meer alertheid. Onder het blad en gras liggen takken, en de wilde zwijnen hebben de paden omgewoeld — soms lijkt het pad wel geploegd. Aan het einde van de afdaling verandert het bospad in asfalt; dat loopt fijner, maar nu regent het harder. Op een of andere manier ben je dan meer bezig met jezelf dan met de omgeving. Even resetten.

Met uitzondering van een geparkeerde auto zijn we al die tijd niemand tegengekomen — niet vreemd, want wie gaat er met dit weer naar buiten? Toch, bij een visvijver zien we eindelijk leven: twee auto’s komen ons tegemoet. Het einde is in zicht — nog een stevige klim en een lekkere afdaling naar het dorp, en we zijn weer bij de auto. Ik moet zeggen: ik was blij dat het erop zat. Niet vanwege de wandeling, die was prachtig, maar die regen word je wel zat. Op naar de koffie!

’s Avonds eten we buiten de deur. We hebben twee uur de tijd om te douchen en op te knappen. De tocht naar beneden, naar het restaurant, is een behoorlijke tippel — bijna 800 meter. Daar wacht ons een gezellige, herbergachtige ambiance: de helft van de tafels bezet, en de bar vol stamgasten. De kaart is gevarieerd en de kwaliteit en bediening boven verwachting. Voor gemiddeld €30 heb ik — en ik spreek voor mezelf — een heerlijk hoofd- en nagerecht plus drank. Omdat we zijn gewaarschuwd dat het pinapparaat het niet doet, hebben we genoeg contant geld bij ons.

De terugweg is pittiger: een klim van zo’n dertig meter omhoog. Moe maar voldaan komen we aan bij ons onderkomen. Zowat iedereen duikt zijn bed in, en rond half tien is het weer stil in de Neugasse 21.

Zondag 2 november: 3e wandeling

Gisteravond heb ik mijn rugzak al deels ingepakt en mijn schoenen te drogen gezet — met positief resultaat: bijna droge schoenen en nauwelijks nog iets in te pakken.

Na de ochtendopening en het ontbijt wordt de boel nog even stevig gekuist, zoals de Belgen dat zeggen. Daarna vertrekken we richting Schönecken, zo’n 21 km ten noorden van Kyllburg — alweer een flinke ruk richting huis.

Vanaf de parkeerplaats lopen we omhoog en zien links op de heuvel de restanten van een oud kasteel — onze eerste bestemming van die dag. Na zo’n 400 meter moeten we bijna 50 meter aan een stuk stijgen, een
opwarmertje voor die dag. Het uitzicht is prachtig, zeker met het zonnetje erbij. We lezen wat over de historie van het kasteel en stellen vast dat na een verwoestende brand dit de eerste proletarische winkel voor bouwmaterialen werd.

Na een kwartier vervolgen we onze weg richting het oosten. We wijken iets af van de oorspronkelijke route en nemen een glibberig pad naar beneden — niet zonder gevaar.

Het pad voert ons door een natuurgebied dat wordt gekenmerkt door kalkarme vegetatie, met soorten als de Duitse gentiaan, koekoeksbloem en diverse zeldzame orchideeën, zoals de mannetjesorchis en de brandorchis. Het gebied wordt begraasd door schapen — die we later nog tegenkomen — en die zorgen voor de soortenrijkdom. Ja..ik kon het even niet laten mijn passie voor groen te laten gelden; het is een
bijzonder waardevol gebied. Dat had ik gelezen op het bord maar ik zag het ook aan een aantal kruiden.

Zoals gezegd: de Duitse dames (de schapen) stonden ons in stilte op te wachten, en dat zal niet zonder reden zijn. De wolven die in Nederland huishouden komen immers uit Duitsland — de Duitse schapen hebben vast geleerd vooral niet te veel aandacht te trekken. De in ons gezelschap verblijvende ‘wolf’ vormde overigens in geen enkel opzicht een bedreiging.

Het is genieten om in de zon langs de met herfstkleuren getooide corridor’s van bomen te wandelen. Gedurende de wandeling zijn we sporadisch mensen tegen gekomen maar naarmate we dichter bij het dorp komen, wordt het drukker met fietsers en wandelaars. In de Jungfrauley-Schutzhütte nemen we pauze om onze lunch te nuttigen. Er hangt een lichte bedruktheid — het naderende afscheid lijkt de stemming wat te drukken. Maar misschien zijn we gewoon moe, we worden ook een dagje ouder hè.

In het dorp doen we als toegift nog een rondje rond (niet de kerk) maar de burcht. Nog even de laatste adem opzoeken, want men zal niet kunnen zeggen dat we niet tot het gaatje zijn gegaan.

Moe maar voldaan nemen we op de parkeerplaats afscheid van elkaar — niet zonder een laatste dankgebed onder leiding van Walter. Daarna vertrekt iedereen huiswaarts.

Dank aan iedereen voor de organisatie, de opbouwende woorden, het luisterend oor en de vriendschap.

Frank Rammeloo

Verslag: Meerdaagse hike – Duitse Eifel, vrijdag 31 oktober – zondag 2 november 2025

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *