Vrijdag 19 juni
De volgende ochtend vroeg het bed uit want er is een groep van 90 kinderen rond de 14 jaar en er is afgesproken dat wij eerder dan deze meute zouden ontbijten. Want je wilt niet tussen deze mobielstarende, eindeloos kwebbelende, niets ontziende, op zichzelf gerichte pubers terecht komen.
We zijn op tijd en de zaal is redelijk leeg, op basis van een muntje krijg je een bord met brood en beleg en een kop waar je koffie of thee in ontvangt
Ze hebben het personeel echt gekozen op vriendelijkheid; dat moet gezegd, ze passen geheel bij de sfeer van het ’winterverblijf’. Op de vraag van een van de jongens mag ik een cappuccino, krijg hij als antwoord “het is hier geen hotel maar een hut”!
De lunchpakketten staan klaar, met dien verstande dat je het nog zelf moet klaar maken.
Na het eten hebben we nog alle tijd om alles in gereedheid te brengen alvorens te vertrekken.
Er zijn drie routes naar Weissenbach maar de oorspronkelijke route wordt al in de omschrijving afgeraden en het eerste alternatief is niet echt een alternatief dus blijft alternatief twee over. Route 421
Vrijdag 19 juni – Final destination: Hotel Kreuzeck (845 m)
Deze keer pakken we het slimmer aan. We kiezen de route langs de bergwand, die vrijwel op één niveau loopt. Dat scheelt een flinke klim, al moeten we nog altijd stijgen van 1.810 naar 1.920 meter.
Eenmaal boven leest Evert een gedeelte uit Jesaja voor. Zijn woorden raken ons en vormen de opmaat voor een moment van stilte, gebed en het delen van persoonlijke zorgen. Een waardevol rustpunt, midden in de overweldigende natuur.
Na ruim een half uur beginnen we aan de afdaling: een tocht van ruim zes uur en zo’n twintig kilometer. We dalen vanuit de hooggelegen alpine zone, via de nivale gebieden en de alpine toendra’s, naar de groene alpenweiden en uiteindelijk de uitgestrekte dennenbossen. Een aaneenschakeling van landschappen, elk met een eigen karakter en schoonheid.
De afdaling is werkelijk adembenemend. Eerst lopen we over kale, stenige hellingen, maar al snel maken die plaats voor weiden met laag struikgewas van bergdennen, alpenrhododendrons en kruipwilgen. Verder naar beneden verschijnen de eerste sparren, eerst verspreid, daarna in dichte bossen. Tussen de bomen stromen heldere bergbeken, kleine watervallen en bruisende stroomversnellingen. Het is een landschap waar je ogen tekortkomt.
Tenminste… als je niet voortdurend naar de grond moet kijken. Eén onoplettend moment en je zet je voet verkeerd, met alle gevolgen van dien.
Na verloop van tijd zien we diep beneden ons de rivier glinsteren. Aan de overkant loopt een weg, iets hoger gelegen. Daar moeten we uiteindelijk zien te komen, al weten we nog niet precies waar we de rivier kunnen oversteken.
Even later ontdekken we rechts beneden ons een brug over de rivier, met daarnaast een steile klim naar de weg erboven. Voordat we daaraan beginnen, grijpen we de kans aan om ons op te frissen in het ijskoude, kristalheldere bergwater. Het is heerlijk verkwikkend.
De klim omhoog is pittig en overbrugt zo’n veertig meter hoogteverschil. Boven aangekomen kijken we nog één keer achterom. Hier nemen we afscheid van een van de mooiste delen van de tocht. Achteraf kan ik zeggen dat het landschap vanaf dit punt minder indrukwekkend wordt.
De brede weg slingert langs een vrijwel rechte rotswand. Af en toe wordt deze wigvormig onderbroken op een plek waar een beek of watervalletje zich een weg baant naar de rivier beneden. Hier en daar zien we voederplaatsen voor wild, maar verder is het landschap vrij eentonig. Daarbij wordt het steeds warmer.
Wanneer we het dal naderen en langs de kalkgroeve lopen, wordt de hitte zelfs verzengend. We trekken van schaduwplek naar schaduwplek, alsof iedere boom een kleine reddingsboei is.
Precies op dat moment is mijn waterzak leeg. Het laatste beetje water zit nog in mijn fles, maar dat is inmiddels lauw en nauwelijks verfrissend. Bij een kapel ontdekken we een fonteintje. Er komt slechts een dun straaltje uit, genoeg om onze polsen en nek af te koelen. Helaas is het water niet drinkbaar.
Vanaf daar is het nog maar een kleine kilometer.
Opmerkelijk genoeg raak ik juist dan volledig mijn oriëntatie kwijt. Normaal heb ik daar nooit moeite mee, maar nu ben ik ervan overtuigd dat we van een heel andere kant zouden moeten aankomen. Een lichte zonnesteek misschien?
En dan, plotseling, doemt Hotel Kreuzeck op. We zijn er. Althans… bijna.
Het hotel blijkt tot 15.00 uur gesloten te zijn. Net wanneer je denkt dat de finish is bereikt, moet je opnieuw op pad, op zoek naar iets te drinken en een plek om de innerlijke mens te versterken. Mijn voeten protesteren luidkeels, en eerlijk gezegd doet de rest van mijn lichaam vrolijk mee. Ik moet echt even bijkomen.
Ondertussen worden de rugzakken voorlopig in de auto’s geladen. Op zoek naar verkoeling belanden we uiteindelijk bij een Italiaans restaurant in het dorp. Na wat verwarring over wel of niet binnen zitten en het al dan niet krijgen van een menukaart, komt alles toch goed. Het blijkt een prima restaurant.
Bij Hotel Kreuzeck worden we daarna hartelijk begroet. Ook de eigenaresse is aanwezig en heet ons welkom. Omdat het hotel volledig volgeboekt is, wordt ook gebruikgemaakt van het pension naast het hotel. Dat blijkt een gewoon woonhuis met keurige appartementen te zijn. Tobias en ik zijn als eersten ingecheckt en kiezen een rustige kamer. Helemaal prima.
Inmiddels begint de lucht dreigend dicht te trekken. Er was al onweer voorspeld, maar tot nu toe bleef het droog.
Rond 18.00 uur schuiven we aan tafel. Iedereen heeft zich opgefrist. Dat is niet alleen te zien, maar ook duidelijk te ruiken.
Nog voordat het eten wordt opgediend, klinkt het eerste gerommel. Niet uit de keuken, maar vanuit de bergen. Even later volgen donderslagen die het hotel doen trillen. Dan barst het noodweer los.
De regen valt zo hevig dat de afvoer van het platte dak het niet meer aankan. Water stroomt naar binnen en achter onze tafel verschijnen de eerste natte strepen op de muur. Een van de medewerkers wordt het dak op gestuurd om het probleem te verhelpen. We hebben hem die avond niet meer teruggezien.
Gelukkig heeft het noodweer geen enkele invloed op het eten of de sfeer. Integendeel. De spanning van de afgelopen dagen is verdwenen en maakt plaats voor ontspanning. De gesprekken worden levendiger, het gelach klinkt steeds harder en ook met de andere gasten ontstaat een gezellige, bijna bourgondische sfeer.
Aan alles komt uiteindelijk een einde. Ook aan deze prachtige wandeldag. We zoeken op tijd ons bed op, want morgen wacht de lange reis naar huis.
