Woensdag 17 juni

7:15 uur wakker. Er is al wat meer beweging in de zaal en ik neem de gelegenheid te baat nu het nog rustig is om de douches op te zoeken. Opgefrist en wel kom ik boven en merk dat inmiddels nagenoeg iedereen al uit de veren is. Omdat ik nog tijd heb, pak ik mijn bijbeltje en trek mij terug op het terras buiten. Te weinig momenten kies ik hiervoor.

Het ontbijt is redelijk te noemen, hotelwaardig is het niet, want het blijft een hut. De lunch moeten we zelf samenstellen en is in vergelijking met de andere hut redelijk standaard: appel, energiereep, fles water of appelsap, en het typisch Duits-Oostenrijkse wat stevige, bruine brood.

3e bestemming: Krinnenalpe (1530 m)

Het begint al goed. De afdaling naar het dal begint direct achter het terras van het verblijf, maar omdat aangegeven is dat deze best wel steil is en gevaarlijk kan zijn, wordt er gekeken naar een alternatieve route die wat geleidelijker zou moeten afdalen. Bij navraag blijkt echter dat deze dermate ver weg ligt dat het geen optie is, en bovendien zal er alsnog een stevige afdaling moeten worden gedaan. Dus na ruim een kilometer toch maar rechtsomkeer, terug naar het startpunt en aldaar de afdaling aangevat.

Deze is stevig, dat moet gezegd, en er zitten enkele passages waarbij je zomaar een flinke blessure had kunnen oplopen, maar ook hier komen we goed doorheen. En ach, wat zijn de uitzichten weer fantastisch. Zeker richting het meer. Maar al snel verdwijnen die als we na enkele honderden meters in de bossen terechtkomen.

De afdaling gaat van 1659 naar ongeveer 1230 meter, waarna een geleidelijke afdaling naar de Haldensee volgt, op 1130 meter. Daar zullen we Harold ontmoeten en pauze houden. Ramon heeft zich voorgenomen om dan ook een duik te nemen, maar voor ons lijkt het water toch net iets te fris.

De Haldensee – een meer, niet eens zo groot, maar mooi gelegen en erg rustig. Aan de rand van het meer, in het dorpje Haller, bevinden zich enkele hotels, maar die liggen zo dicht tegen het meer aan dat het voor ons lastig wordt om een plekje te vinden. Alles is privé. Even verderop lijkt een gedeelte openbaar te zijn, daar ligt ook een drijvende steiger – ideaal voor de voorgenomen duik van Ramon. De buitentemperatuur is ideaal.

Door de afdaling is bij mij het begin van een blaar ontstaan. Door met mijn voeten even in het koude water te gaan zitten, herstelt dit aanzienlijk, maar ik plak er voor de zekerheid toch nog maar een blaarpleister op. Ook bij Peter heeft de afdaling een blaar achtergelaten. Gelukkig blijven we gespaard wat blessures betreft. Jaco heeft wel wat last van zijn knie bij het afdalen, maar laat zich niet opjagen en weet het door te temporiseren onder controle te houden.

Na de lunch splitst de groep zich in tweeën. Een groep vindt het aantrekkelijk om nog even rond het meer te trekken, de andere groep vindt het wel welletjes – die vinden de klim van 1130 naar 1530 meter al uitdagend genoeg.

En inderdaad: de klim is, naast de vele ‘ach’-, ‘oh’- en ‘zijn we er al?’-momenten, opnieuw meer dan adembenemend. Volledig uitgeput bereik ik de top. Op het terras trakteer ik mezelf direct op een halve liter cola en wachten we op de rest van de groep. Gelukkig laten die niet lang op zich wachten en al snel zijn we weer compleet.

Krinnenalpe is een gezellige hut met vriendelijke mensen. Helaas is de chef – tevens kok – afwezig vanwege een verdwaalde koe, als ik de verhalen mag geloven. Daardoor lopen we wel mooi de apfelstrudel mis. Dat voelt toch een beetje alsof je de loterij wint, maar vergeet je lot op tijd in te leveren.

De hut is een bijzondere combinatie van boerderij en trekkershut. Rondom de hut lopen de koeien luid bellend rond, alsof ze elkaar voortdurend kwijt zijn. Daarnaast staat een groep Haflingers die overduidelijk niets met de koeien te maken wil hebben. Van een afstand lijken de koeien en paarden verrassend veel op elkaar; ze hebben bijna dezelfde kleur. Maar de paarden blijven keurig als een hechte kudde bij elkaar en dulden geen enkele koe in hun privébubbel.

Als de chef eindelijk op zijn motor arriveert, krijgen we de huisregels uitgelegd. Ook hier moeten we afscheid nemen van onze rugzakken; die brengen de nacht door in de schuur. Onze persoonlijke spullen mogen we eruit halen en in plastic bakken stoppen. Verder slapen we verplicht in de verstrekte lakenzakken. De drie slaapkamers zijn voorzien van een mix van eenpersoonsbedden en stapelbedden. Omdat wij de enige gasten zijn, kunnen we liggen waar we willen. Tenminste… dat is ons plan.

Nadat we ons hebben geïnstalleerd, schuiven we aan voor het avondeten. De chef blijkt een bijzonder aardige man die werkelijk alles doet om het ons naar de zin te maken. Op het menu staat chili con carne met brood én friet. Die combinatie ben ik nog niet eerder tegengekomen, maar hé, in de bergen gelden blijkbaar andere culinaire wetten. Voor de liefhebbers staan er ook nog verschillende soorten pepers op tafel. Gill kan er geen genoeg van krijgen. Het smaakt werkelijk fantastisch.

Na de chili volgt opnieuw een Oostenrijkse klassieker: Kaiserschmarrn. Ben heeft deze keer een strategische plek uitgekozen. We beginnen inmiddels serieus te vermoeden dat Ben twee lintwormen heeft: als de een slaapt, eet de ander gewoon door. Hoe dan ook, niemand komt iets tekort.

Na het eten lopen we nog even naar buiten om te genieten van de ondergaande zon en het indrukwekkende uitzicht. Het levert weer prachtige foto’s op.

De inrichting van de berghut is overigens behoorlijk Spartaans. Er is één douche voor maximaal zestien personen en daarnaast zijn er drie toiletten. Wie de douche weet te verlaten zonder blauwe plekken of bulten, verdient een medaille. De douchestang zit namelijk precies verkeerd om en schiet voortdurend uit de houder, met alle acrobatische taferelen van dien.

Omdat de slaapkamers direct onder de nok liggen, verandert het er al snel in een sauna. Alsof dat nog niet genoeg is, worden we ook nog eens getrakteerd op een leger vliegen. Waar koeien zijn, zijn immers vliegen. Héél véél vliegen.

De scheidingswanden tussen de kamers lijken van papier-maché gemaakt, zo dun zijn ze. Eigenlijk hadden ze net zo goed één grote slaapzaal kunnen maken. Ik lig in een eenpersoonsbed en de stapelbedden zijn ook maar door één persoon bezet. Toch produceren die bedden een lawaai alsof er een complete houtzagerij aan het werk is. Je hoeft je maar om te draaien of het hele gebouw lijkt mee te bewegen. En Ramon vindt het nodig om dat midden in de nacht nog eens uitgebreid te demonstreren. Voor het geval iemand nog twijfelde hoe erg het piepen was, geeft hij een live demonstratie. Niemand heeft erom gevraagd, maar iedereen mag meegenieten.

Naar de volgende dag 18 juni