Zondag 14 juni
Het is zondagochtend en de wekker gaat vroeg af – veel te vroeg naar mijn zin. Net terug van mijn vakantie op Madeira en nu alweer om zes uur het bed uit, maar gelukkig voor iets leuks: wandelen in de bergen van Tirol. Aangekomen op de pleisterplaats staan Jaco en Ben al in de auto te wachten. Nog geen vijf minuten later arriveert Tobias en kunnen wij na enig propwerk gezamenlijk de reis aanvangen.
Evert en Ramon zijn vanuit Hoorn vertrokken en rijden rechtstreeks. Harold en Peter reizen via Eindhoven en pikken daar Gill op.
Ergens in Duitsland komen wij elkaar tijdens een rustmoment nog even tegen, maar daarna zien wij elkaar pas weer op de plaats van bestemming. Tijdens deze koffiepauze moet er toch even een vergelijking worden gemaakt met de Vierde Musketier en wordt er tevens een voorschot genomen op de verwachte inspanning door te stellen dat je niet op karakterweekend hoeft te gaan om toch stuk te gaan. We zullen het beleven.
Wat valt er nog meer te vertellen over de reis naar Tirol? Dat hij lang duurt, het asfalt niet altijd overal even goed is, je beter niet voor de grens met Oostenrijk in Duitsland kunt tanken, dat sommigen hun rit langer hebben gemaakt om het gesprek af te kunnen ronden en dat het bij file rijden toch effectief is om in je lijn te blijven.
En dan kom je in een dorp met drie huizen, geen café, wel twee restaurants, een kerk en een kruidenier en dan raak je op zoek naar het onderkomen nog bijna verdwaald.
Hotel Kreuzeck (845 m)
We worden allerhartelijkst welkom geheten en kregen meteen te horen dat er geen beperkingen of restricties zijn met betrekking tot rugzakken, slaaphoezen en douchen. De kamers zijn ruim en van alle gemakken voorzien.
De mannen druppelen binnen en de reiservaringen worden onder het genot van het plaatselijk gerstenat – met of zonder alcohol – gedeeld.
Om zes uur gaan we aan tafel en het is alsof we een soort galgenmaal krijgen, maar dat weten we natuurlijk dan nog niet. Saladebuffet, met een soep vooraf, dan kipfilet met gorgonzola met noedels in tomatensaus. Als toetje een – ja, wat was het eigenlijk? Je had twee smaken, koffie en chocola, en het had de substantie van een dikke milkshake met een topping van slagroom. Ik vond het lekker.
Voor het slapengaan nog even het dorp verkennen en een bezoek aan de plaatselijke kerk brengen. Althans, ik was er nog niet binnen geweest, maar Ramon komt een beetje ontdaan buiten en wil ons deelgenoot maken van het ‘verschrikkelijke’ wat hij in deze kerk heeft gezien. Inmiddels is het al aan het schemeren, dus dit komt het gevoel van veiligheid niet helemaal ten goede. Binnen in de kerk staat een glazen doodskist. Hierin ligt het skelet van een martelares in een bruidsjurk, volledig versierd met edelstenen en armbanden.
Onderzoek van Evert wijst uit dat het gebruikelijk was dat in de tweede en derde eeuw na Christus martelaren uit Rome (eerste christenen) uit de catacomben werden gehaald en naar kerken in Europese steden werden gestuurd om als voorbeeld te worden tentoongesteld en vereerd. Een beetje morbide is het wel.
Na terugkeer maakt een aantal leden van de Club van 8 zich gereed voor de eerste wedstrijd van Oranje. Het moet gezegd: het personeel van het hotel heeft er rekening mee gehouden en heeft de eetzaal speciaal voor ons ingericht.
Na de eerste helft geef ik de pijp aan Maarten; enkelen blijven nog voor de tweede helft.
