Maandag 15 juni

Na een redelijke nachtrust wacht ons een voortreffelijk ontbijt – ik kan het niet anders zeggen: het ontbreekt ons aan niets. Allerlei soorten brood en broodjes, gekookte eieren, scrambled eggs met spek, smoothies, vruchtensappen, verschillende kazen, vleeswaren, vers fruit, pannenkoeken. Te veel om op te noemen. Als klap op de vuurpijl staat er voor ons ook nog een lunchpakket klaar, dus ook daar hoeven wij ons geen zorgen over te maken.

Na het ontbijt is het dan eindelijk zo ver. De rugzakken worden nog eens gecontroleerd op onnodige ballast, de laatste spullen worden in de auto’s opgeborgen en de route wordt nog een keer bekeken. Het is tijd om te gaan!

1e bestemming: Gehrenalpe Hütte (1611 m)

Het eerste gedeelte is nog niet direct adembenemend als het om de inspanning gaat, maar de omgeving doet je mond vaak openvallen, zo mooi. ‘Foto’s zeggen meer dan duizend woorden’, wordt vaak gezegd, maar met foto’s kun je niet vangen welke schoonheid er in de Alpen besloten ligt.

Het eerste dorpje waar we doorheen lopen is Rieden, een verzameling schilderachtige woningen in Tiroler chaletstijl, met een schattig kerkje. Noemenswaardig is het glas-in-loodraam met een afbeelding van de Lijkwade van Turijn.

Een lange vlakke weg langs de Lech volgt, voordat we weer in een dorp belanden. Pas als we een autoweg passeren, belanden we op een stijgend parcours. Aanvankelijk matig, maar na een halve kilometer begint dit serieuzere vormen aan te nemen. Ofschoon de routebeschrijving toch duidelijk is, wordt hier ineens afgeweken van het pad. Er staat toch duidelijk: ‘Let op: volg alleen het brede pad dat omhoog gaat en eindigt bij de goederenlift van de hut.’ Maar nee, wij nemen de smalle weg….

Helaas moeten wij enkele beklimmingen lager al afscheid nemen van Harold. De klim is te zwaar en naar later blijkt zijn er ook andere beperkingen, waardoor het besluit om niet verder te gaan goed is genomen.

Jaco en Ben verstoppen hun rugzak in de bosjes en lopen met Harold mee terug. Respect. Slechts veertig minuten nadat de laatste van onze groep boven is, komen zij boven.

Het moment dat Harold heeft moeten opgeven, heeft mij wel even stilgezet, want ook ik merk dat ik tegen een grens aan loop en ben omwille van de haalbaarheid meer op mijn hartslag gaan letten. Ik ben erg gedreven en competitief ingesteld, maar dat beetje dat er was, is in korte tijd verdampt. Het is overleven. En dan kom je boven – als laatste. Eerst wat drinken, schoenen los en afkoelen.

Gelukkig horen we dat het douchen bij onze boeking is inbegrepen, dus geen beperking wat dat betreft. Wel de beperking ten aanzien van rugzakken en schoenen: bedwantsen zijn daar een dingetje. Je benodigde spullen moeten in een plastic bak en die mogen mee naar boven. Je rugzak moet beneden blijven, evenals de schoenen.

Bij het betreden van het gedeelte van de hut waar ook de slaapvertrekken zijn, schrik ik wel een beetje. De hut draagt de onmiskenbare geur van zijn oorspronkelijke bestemming. Het is niet te verbloemen dat hier onze ‘Milka’-vrienden hebben gewoond – de koeienlucht hangt er nog. Ons slaapvertrek, op de eerste verdieping, is één grote, schaars verlichte ruimte waarin duidelijk sprake was van een vooruitziende blik. Het was niet voorzien van een plafond, en dus kon er naar hartenlust ‘gezaagd’ worden zonder dat het dak eraf zou gaan.

Aan weerszijden van de ruimte is een lichte verhoging waarop over de volledige breedte van de zaal een dun matras ligt, met ruimte voor zes slapers. In het midden van de zaal staat nog een solitair bed, voor de akela. Voor iedereen is één deken – later die nacht blijkt dat voor een aantal echt te weinig.

Het diner gebruiken wij buiten; het is nog steeds goed weer. Drie gangen: wederom de noodlesoep, een pasta Bolognese en als derde gang de Kaiserschmarrn. Die laatste zal niet bij iedereen goed vallen.

Naast onze groep zijn er nog drie keer twee gasten. De stoelendans rondom de enige douche is begonnen. Het lukt mij om als derde te douchen, waarna ik direct naar bed ga.

Naar de volgende dag 16 juni